KYOKUSHIN KARATE

Kyokushin Karate is een van de jongste karatestijlen. De stijl werd officieel opgericht in 1964, door Sosai Masutatsu Oyama. De stijl kenmerkt zich door de erg fanatieke beoefening, waarbij hard werken, jezelf verbeteren en gedisciplineerd zijn centraal staan.

 

Het Kyokushin is een Full-contact karatestijl. Dit wil zeggen dat tijdens het sparren écht contact gemaakt wordt en dat op wedstrijden wordt gevochten volgens Knockdown/Knock-out. De regels die vandaag in het Kickboxen en het Thaiboxen gevolgd worden, zijn geïnspireerd op de regels van het Kyokushin. Het grote verschil zit hem in het gebruik van stoten naar het gezicht; in het Kyokushin worden geen handschoenen gedragen op wedstrijd, waardoor slagen naar het gezicht te gevaarlijk is. Verder zijn de regels hetzelfde.

 

Naast sparren beoefent men in het Kyokushin ook de traditionele karate-vormen Kihon en Kata.

 

Het Kyokushin is een snelgroeiende karatestijl die jaarlijks aan populariteit blijft winnen. Wereldwijd wordt het aantal beoefenaars geschat op meer dan 12 miljoen!

Sosai Masutatsu Oyama

In 1910 bezet Japan Korea. Er breekt voor het schiereiland een nieuwe tijd aan, waarin de japanse cultuur als superieur naar voor wordt geschoven en de koreaanse cultuur wordt ondedrukt. In deze periode wordt in het stadje Gimje de jongen Choi Young-Eui geboren. Door de Japanse bezetting vind de famillie ven de jongen het niet veilig om hem in Korea te houden en ze zenden hem daarom naar de boerderij van zijn zuster in Mantsjoerije. Het was daar dat Masutatsu Oyama, toen nog Choi Yeong-eui, voor het eerst met krijgskunsten in aanraking kwam. Van een zeker meester Lee, die werkte op de boerderij van zijn zus, leerde hij de beginselen van het Chinese Kempo.

 

In 1938, wanneer de oorlog uitbreekt, trek Masutatsu Oyama naar Japan om in dienst te treden als piloot in het Japanse leger. Tijdens zijn opleiding komt Oyama in aanraking met verschillende vechtsporten en hij begint te trainen in het Kosen Judo. Hij trainde aan de Kodokan in Tokyo, de dojo van Shihan Jigoro Kano zelf, maar stapte later over naar de Sone Dojo, waaruit ook wereldkampioen Koji Sone zou voortkomen (1959 - 1961). Oyama trainde 4 jaar in het Judo en bereikte door zijn enorme toewijding de 4e Dan. Een van zijn trainingsmakkers in deze periode was Masahiko Kimura – een Judoka die later een enorme reputatie zou verwerven door Helio Gracie (Brasilian Jiu-jitsu) te verslagen. De oorlog is echter afgelopen voor Oyama zijn opleiding tot piloot kan voltooien en hij blijft net als vele Japanners verdwaasd achter. De plannen die hij gemaakt had zijn met het einde van de oorlog aan diggelen geslagen en Oyama gaat op zoek naar een andere doel om zijn leven aan te wijden. Hij sticht een school voor ongewapend vechten, maar deze komt niet van de grond omdat hij als Gajin of buitenlander niet door de japanners wordt aanvaard. Hij besluit opnieuw een opleiding te volgen en schrijft zich in aan de universiteit van Waseda.

Tijdens zijn tijd aan de Waseda Universiteit komt Masutatsu Oyama in aanraking met karatekas van de Shotokan-school . Hij woont verschillende van hun trainingen bij en voelt zich sterk tot hun stijl aangetrokken. Oyama geraakt gaandeweg bevriend met Gigo Funakoshi, de tweede zoon van Gichin Funakoshi, en begint onder hem te trainen. De toewijding die Oyama voor de training ontwikkelt, blijft niet onopgemerkt en Gigo contacteert zijn vader om Oyama bij de grootmeester zelf les te laten volgen. Twee jaar lang zal Shihan Funakoshi zich over Oyama ontfermen, maar hoewel Oyama fel en fanatiek trainde, stelde hij zich vragen bij de Funakoshis kijk op het Karate. Het was te veel Kata, te veel Kihon, te weinig Karate voor Oyama. Dit veranderde echter fel toen de leden van Funakoshi’s Dojo geruchten opvingen over een dojo in Osaka, waar men de Goju-Ryu-stijl beoefende. Gigo Funakoshi trok daarop met 10 van zijn leerlingen naar Osaka om de Goju-Ryuschool uit te dagen. De partijen verliepen niet zoals Gigo Funakoshi en zijn leerlingen gehoopt hadden en Gigo zelf wordt in zijn laatste duel vernederend verslagen door So Nei-Chu. Gigo en zijn leerlingen keren terug naar Tokyo en veranderen hun manier van trainen. De Shotokan school begint meer aan Kumite te doen, maar Oyama richt zijn blik elders. Hoewel hij ondertussen ook in het Shotokan de 4e Dan behaald heeft, voelt hij zich sterk aangetrokken tot het Goju-Ryu en die mysterieuze So Nei-Chu, die net als hijzelf een uitgeweken Koreaan was. Oyama pakt daarom zijn spullen en verhuist naar Osaka, waar hij begint te trainen met So.

 

So Nei-Chu was een van de eerste leerlingen van Goju-Ryu-stichter Chojun Miyagi en was de vaste trainingspartner van Gogen Yamaguchi. Achter de schermen was So de man die het Goju-Ryu sterk maakte, maar Yamaguchi was de charismatische woordvoerder die op de voorgrond trad. So maalde hier echter niet om en hij hield Yamaguchi’s Dojo open terwijl deze krijgsgevangen was in Rusland. So Nei-Chu ontfermde zich over Oyama en overtuigde hem om aan krachttraining te doen, meer deel te nemen aan het vrije vechten en zich ook in de filosofische kant van het Karate te verdiepen. Wanneer Yamaguchi terugkeert uit Rusland, begint ook hij veel met Oyama te trainen. Hij leidt Oyama verder op en promoveert hem na verloop van tijd zelfs tot 7e Dan Goju-Ryu.

 

Wanneer Mas Oyama 23 jaar oud is, ontmoet hij Eiji Yoshikawa, de auteur van het boek 'Musashi', dat gebaseerd is op het leven van samoerai Miyamoto Musashi. Zowel het boek als de auteur hielpen Oyama bij het leren van de Bushido-code en wat die eigenlijk inhield. In datzelfde jaar zetten politieke onlusten in Korea Oyama in beweging. Zijn politieke engagement leidde echter tot confrontaties met de Japanse politie. Daarbij kwam ook dat Masutatsu Oyama in deze periode regelmatig betrokken was bij vechtpartijen tussen japansgezinden en leden van de Amerikaanse militaire politie, die de orde handhaafde in de straten van Tokyo.

Om zich enkel om karate te focussen en problemen met de politie te vermijden ging Oyama naar de berg Minobu. Hij dacht dat dit de geschikte plaats was om de training te volgen die hij voor zichzelf had gepland. Het enige gezelschap dat Oyama in deze periode zou hebben was dat van zijn student, Yashiro, en een vriend die elke maand langs zou komen om hem voedsel te brengen.

 

Het leven op de berg Minobu was echter zwaar en de eenzaamheid speelde Yashiro parten. Na 6 maanden vluchtte hij dan ook stiekem weg. De volkomen eenzaamheid waarin Oyama achterbleef dreigde hem te veel te worden, maar So Nei-Chu raadde hem in een brief aan zijn wenkbrauw af te scheren. Oyama, die niet wilde dat iemand hem zo zou zien, bleef daardoor in de bergen. Hij zette zijn training en studie door, totdat zijn vriend hem liet weten dat hij niet meer in staat was om Oyama van levensmiddelen te voorzien. Noodgedwongen zette Oyama na 14 maanden zijn training in de bergen op. Toen hij terug in Tokyo was, ontdekte Oyama dat hij net op tijd was teruggekeerd op deel te nemen aan de karatewedstrijden van het eerste Japanse nationale vechtkunstkampioenschap. Vol goede moed schreef hij zich hier voor in en niet veel later was hij de grote overwinnaar van dit prestigieuze toernooi.

 

Nog steeds op zoek naar een uitdaging, besloot Masutatsu Oyama zich voor een tweede keer uit de samenleving terug te trekken. Ditmaal koos hij de berg Kiyozumi uit en daar bracht hij 18 maanden door. Iedere dag trainde hij 12 uur en bestudeerde hij filosofische boeken over krijgskunst en zen. In deze periode ontwikkelde hij ook zijn eigen karatestijl en filosofie: het Kyokushinkai.

KYOKU

het uiterste

 

 

 

 

 

Kyoku betekent het uiterste. Het staat er voor dat iedereen zijn grenzen moet opzoeken en moet proberen deze te verleggen. In deze karatestijl wordt dit van iedereen verwacht. Je grenzen opzoeken en verleggen is echter veel breder dan wat je op training doet alleen...

 

Van Kyokushin-karateka's wordt vooral verwacht dat ze voor alles in hun leven vechten. Dit door altijd hun uiterste best te doen en met ware volharding een gekozen weg te blijven volgen. Je best doen op school, op je werk of in je persoonlijke leven, ook dat is voor kyokushin-karateka's vechten.

SHIN

de waarheid

 

 

 

 

 

Shin, of waarheid, slaat vooral op de manier waarop er in het Kyokushinkai getraind wordt. Kyokushin was immers een van de eerste full-contact-karatestijlen. Tijdens het trainen worden technieken daarom echt uitgeprobeerd. Tijdens het sparren wordt er daarnaast echt contact gemaakt en slechts weinig bescherming gedragen.

 

De filosofie hierachter is dat je jezelf beter leert kennen; je kent de impact van je technieken en je weet dat een aanval pijn kan doen. Je weet dit door ervaring en kan daar op terugvallen wanneer het echt nodig is.

KAI

samenwerking

 

 

 

 

 

Kai of samenwerking gaat over de band die kyokushin-karateka's onderling krijgen. De manier waarop getraind wordt, vraagt om heel veel wederzijds vertrouwen en respect. Dit zijn de sleutelelementen die er voor zorgen dat iedereen kan groeien.

 

Kai staat ook voor de groepsdynamiek binnen deze karatestijl. Grenzen opzoeken en verleggen is een enorme uitdaging en wanneer je dat in je eentje moet doen, is dat vaak te veel. Bij het Kyokushin doe je dat echter samen; iedereen steunt elkaar en moedigt elkaar aan om het onderste uit de kan te halen.

Symbolen in het Kyokushin Karate

In het Kyokushin zijn er twee symbolen erg belangrijk. Het ene symbool is de Kanji (links), wat een kalligrafische voorstelling is van de tekens 'Kyoku', 'Shin' en 'Kai'. In de Kanji zijn deze symbolen verfraait en stellen ze een zwaard voor dat in de schede rust. Deze voorstelling zou gebasseerd zijn op het tweede principe uit Gichin Funakoshi's Niju Kun;

"Karate Ni Sente Nashi - Er is geen eerste aanval in Karate".

Door het zwaard in de schede te laten rusten, wijst de kanji er op dat karate dient om jezelf te verbeteren en niet om anderen te schaden. Het Kanji-symbool wordt door alle Kyokushin-karatekas op het hart gedragen tijdens de training. Zo worden ze altijd aan de ware betekenis van het Kyokushin herrinerd.

 

Het tweede symbool dat in het kyokushin een belangrijke rol speelt is de Kanku (rechts). Dit symbool is aan het zenboeddhisme ontleent. Door de duimen en de wijsvingers tegen elkaar te plaatsen, ontstaat er een holte tussen de handen. Door deze holte kan men 'naar het oneindige staren'. Deze handeling komt voor in verschillende oosterse rituelen én is de openingsbeweging van de kata 'Kankudai'. De pieken die gevormd worden door de vingers en de duimen, stellen hierbij het uiterste voor, en de brede banden die gevormd worden door de polsen, symboliseren kracht. De Kanku wordt altijd in een cirkel afgebeeld en deze staat voor het oneindige karakter van een leerproces. De Kanku wordt in het Kyokushin vaak verwerkt in het clubembleem.

Over ons:

 

Ookami Dojo vzw. is een jonge en dynamische karateclub. Met een frisse kijk op een lange traditie zoeken we onze eigen weg binnen de karatewereld.

 

Bij Ookami Dojo vzw. beoefenen we Kyokushin Karate. We trainen op Kihon, Kata, Kumite, Kracht, Conditie en Lenigheid.

Neem contact met ons op:

 

E. info@ookamidojo.be

W. www.ookamidojo.be

Ookami Dojo dankt haar sponsors: