KATA EN BUNKAI

"When practising kata we are walking in the footsteps of some of the greatest fighters that have ever lived.

If we perform the katas correctly we gain the opportunity to learn from the great masters of the past and perhaps even gain a small part of their skills."

~Shihan Iain Abernethy

Kata

 

Kata is de formele oefenvorm in de meeste 'traditionele' vechtsporten. Het is een onderdeel dat onlosmakelijk met de oorsprongkelijke bedoeling van de vechtsporten en de krijgskunsten verbonden is, maar dat ook enorm vaak wordt misbegrepen. Vandaag de dag kent Kata tegenstanders ("Die oubollige oefeningen heben geen nut en zouden we beter dumpen!") en voorstanders ("Het is traditie en die moeten we koesteren!"). Beide kampen gaan echter voorbij aan wat kata écht is en dat is een heel vervelende tendens...

 

Katas zoals we ze vandaag kennen zijn een Okinawaans fenomeen. De lange series van opeenvolgende bewegingen zien we niet terug in het oorspronkelijke kungfu uit China of het bujutsu uit Japan. Ook in Siam, in het Muay Boran, kwamen oorspronkelijk geen lange series voor. Wat deze stijlen wel kenden, waren kortere series, die we vandaag vaak 'drills' of 'renrakus' noemen. Deze oefenvormen hebben dezelfde functie als de katas die de Okinawanen ontwikkelden. Sterker nog, katas zijn opgebouwd uit verschillende van deze kortere reeksjes!

 

Rest ons natuurlijk de vraag "Wat zijn die reeksjes dan"? Om hier op te antwoorden moeten we teruggaan in de tijd en ons de vraag stellen hoe krijgskunsten oorsprongkelijk werden aangeleerd. Renshi Patrick McCarthy, een van de meest vooraanstaande 'karatehistorici', ontwikkelde hier een theorie over. In zijn HAPV-analyse (Habitual Acts of Physical Violence) stelt Renshi McCarthy dat in een geval van civiele geweldpleging er 36 mogelijke aanvallen (+ een aantal variaties) zijn waar je slachtoffer van kan worden. Dit aantal valt enorm goed mee, maar klopt het ook? In de Bubishi, 'de bijbel van het karate' die sinds de 8e eeuw wordt aangevuld door krijgskunstenaars, vinden we een lijstje terug dat sterk overeenkomt met de lijst van Renshi McCarty. Maar dat is niet het enige; in de 'Britisch Crime Survey', een jaarlijks verslag over burgergeweld, worden steeds geweldadige incidenten beschreven en in statistieken samengevat. Ook hier komen de 36 verschillende aanvallen steeds terug naar voor. We kunnen er dus volgens de HAPV-theorie van uit gaan dat ook de oude meesters zich hier bewust van waren en dat zij zichzelf trainden om op deze 36 aanvallen te kunnen reageren.

 

In eerste instantie oefenden zij deze aanval- en verdedigingsdrils met een partner in, maar de gevaarlijke technieken die zij als antwoord op deze aanvallen klaar hadden, waren niet ideaal om op een trainingsmaatje te gebruiken. Van duo-oefeningen evolueerde het trainen op zelfverdediging dus naar het lopen van 'sequenties' zonder een partner. Het aaneenschakelen van verschillende van deze kortere sequenties, leidde tot het ontstaan van katas.

Bunkai

 

Bunkai betekent letterlijk 'afbreken' of 'ontmantelen'. In het karate gebruiken we deze term voor het analyseren van katas om er zelfverdedigingstoepassingen in terug te vinden. Hierboven beschreven we net dat katas bedoeld zijn om zelfverdediging te kunnen oefenen zonder partner, dus hoe kan het dan dat je daar zware analyses voor moet gaan uitvoeren? Om dat beter te begrijpen, moeten we teruggaan naar de late 19e eeuw. Karate (en zijn voorloper, Todi) ontwikkelden zich in Okinawa omdat er in de geschiedenis van dat eilandrijk één heel bijzonder iets gebeurd; het dragen van wapens werd verschillende keren verboden. Wereldwijd oefenen krijgers zich met wapens en is ongewapend vechten een ‘tweede keuze’, maar de mensen op Okinawa hebben niet de kans om te kiezen. Op het dragen en bezitten van wapens staan zware straffen en dus moeten ze wel leren vechten zonder. Todi, het ongewapende vechten in Okinawa, was dus enorm bruut en bedoeld om zo snel en efficiënt mogelijk tegenstanders uit te schakelen. Logisch dat zij er dan voor kiezen om hun vechtsysteem niet op elkaar meer doormiddel van katas in te oefenen. Wie heeft er nu iets aan geblesseerde leerlingen of trainingspartners?

 

Aan het einde van de 19e eeuw werkt Todi-meester Anko Itosu als leraar op een school. Hij ziet de lessen LO met lede ogen aan en bedenkt zich dat het Todi/Karate een veel betere manier zou zijn om de leerlingen te laten sporten. Hij lobbyt hiervoor en krijgt uiteindelijk de kans om kinderen Todi aan te leren. Meester Itosu maakt zich echter zorgen om de gevaarlijke technieken die hij de kinderen zou aanleren en vereenvoudigt heel wat katas. Ook leert hij enkel de katas aan en niet de sequenties en stukjes zelfverdediging waaruit ze zijn opgebouwd. Het ‘kinderkarate’ dat hij zo op zijn school en later alle scholen van Okinawa lanceert, is zuiver bedoeld als een manier om sterke, gezonde jongeren te krijgen. Meester Itosu is zich hier zelf van bewust en geeft zijn volwassen leerlingen wél het volledige verhaal.

 

Het zijn vooral leerlingen van Meester Itosu geweest die het karate daarna in Japan gingen verspreiden. Hoewel zij dus goed beseften wat ze met de katas doorgaven, toonden ze hun leerlingen niet altijd het grotere plaatje. Daarnaast draaiden ze het hele systeem om; eerst leerden ze katas aan en pas daarna – soms – legden ze uit wat de zelfverdedigingssequenties die er in zaten eigenlijk écht waren. In de 80 jaren dat Karate bestaat, is die trend alleen maar erger geworden.

 

De katas zijn hierdoor sterk veranderd; ze werden vereenvoudigd, verfraaid en verschillende keren aangepast. Heel wat katas bestaan bijgevolg in verschillende versies (afhankelijk van de ‘karatestijl’ die wordt beoefend.) en de Bunkai die er achter zit is voor sommige katas misschien wel echt en voor altijd verloren…

 

Bij Ookami Dojo proberen we katas te zien als wat ze écht zijn; fysieke blauwdrukken waarin complete vechtsystemen en massa’s zelfverdediging zitten vervat. Bunkai speelt daarom een grote rol in onze kata-trainingen. We doen ons uiterste best om bunkai te verzamelen, te bestuderen en weer door te geven aan onze leerlingen.

Kata Based Sparring (KBS)

 

Tijdens het inoefenen van Katas trainen we zonder een partner, bij Bunkai gaan we over naar het inoefenen van de zelfverdediginstechnieken met een partner. De trainingspartner is zich hierbij echter bewust van welke techniek er gaat komen en biedt de kans om deze techniek in te oefenen. We werken dus met een partner die meewerkt en ons toelaat om een techniek toe te passen. Zodra iemand de technieken echter voldoende beheerst, is het nodig om over te schakelen naar een andere manier van trainen. De Bunkai moet op een realistischere manier ingeoefend worden; met een partner die ons probeert te overmeesteren en zijn best doet om zelf niet overmeesterd te worden.

 

Tijdens KBS-trainingen (Kata Based Sparring) oefenen we de technieken uit de katas op een realistischere manier in. Met de nodige beschermende uitrusting en met een derde trainingspartner die waakt over de veiligheid, kan een duo proberen elkaar te overmeesteren volgens de principes van de katas. Dit systeem vraagt heel wat oefening, kennis en vaardigheid, en wordt dus heel langzaamaan opgebouwd.

Over ons:

 

Ookami Dojo vzw. is een jonge en dynamische karateclub. Met een frisse kijk op een lange traditie zoeken we onze eigen weg binnen de karatewereld.

 

Bij Ookami Dojo vzw. beoefenen we Kyokushin Karate. We trainen op Kihon, Kata, Kumite, Kracht, Conditie en Lenigheid.

Neem contact met ons op:

 

E. info@ookamidojo.be

W. www.ookamidojo.be

Ookami Dojo dankt haar sponsors: